Aanleiding

Betrouwbare methode nodig om aanbod van glasaal te monitoren

De Aal

De aal (Anguilla anguilla), ook wel paling genoemd, is een katadrome vissoort die opgroeit in het zoete water en naar zee trekt om te paaien. De migratie in de richting van de zee piekt in Nederland in het najaar tijdens perioden met hoge waterafvoeren. Voortplanting vindt plaats in de Sargassozee, in het noorden van de Atlantische Oceaan, op circa 6.000 km afstand van het verspreidingsgebied in Europa. De bladvormige Leptocephaluslarven migreren vervolgens met zeestromingen terug richting het Europeese continentale plat. In zee metamorfoseren de larven zich tot glasaal, waarna ze het zoete water intrekken, in Nederland tijdens het voorjaar (maart tot en met mei).

Met de intrek van de Europeese watereniermee gaan zij een nieuwe, grote uitdaging in hun leven aan. De mens heeft namelijk vrijwel alle toegangen tot onze binnenwateren afgesloten met dijken, sluizen en gemalen. De aal blijf vrijwel zijn gelele leven stroom opwaarts migreren tot dat zij schieraal zijn en terug gaan naar hun geboorte grond.

 

In 2011 is door Bureau Waardenburg de glasaaldetector ontwikkeld om de glasalen continu te monitoren.

Ernstig bedreigd

Sinds de tweede helft van de 20e eeuw is de soort sterk in aantal achteruitgegaan en de intrek van glasaal is gedaald naar minder dan 1% van het oorspronkelijke niveau. Overbevissing, vervuiling, de aanwezigheid van migratiebarrières en sterfte door waterkrachtcentrales zijn een paar factoren die hier de oorzaak van zijn. De soort gaat nog steeds achteruit en is op de IUCN Red List opgenomen als ‘ernstig bedreigd’.

De aal is een van de belangrijkste doelsoorten voor vismigratie in Europa; de soort heeft Europese bescherming (middels de Europese Aalverordening sinds 2007) vanwege de sterke achteruitgang en het is een belangrijke Kaderrichtlijn Water-Indicator voor onder andere brakke wateren. Daarnaast heeft de aal (paling) een sterk economische waarde; het is de meest waardevolle vis van het zoete water.

Betrouwbare methode

Om te weten hoe het gaat met de aalstand is een betrouwbare methode nodig die het aanbod van glasaal kan meten. Traditioneel worden glasalen handmatig gemonitord met een kruisnet. Omdat die methode arbeidsintensief is, beperken deze bemonsteringen zich vaak tot momentopnamen.

Met de glasaaldetector worden de alen namelijk doorlopend gevangen en ontstaat er een goed beeld van het aanbod op de onderzoekslocatie. Deze methode biedt ook de mogelijkheid om het gedrag van glasaal rond barrières te onderzoeken. Hoe lang blijven de glasalen bijvoorbeeld zoeken naar een doorgang? Of; hoe effectief is de aanwezige vispassage?

Barrières

Er zijn vele migratiebarrières voor de glasalen;

  • De gebruikelijke waterwerken die geplaatst zijn om het water te beheren en te benutten voor de mens, zoals dammen, dijken, sluizen, stuwen, waterkrachtcentrales, kribben etc.
  • Chemische barrières, zoals lozing van rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI)-water, die een lokkende werking kunnen hebben op glasalen.
  • Verandering van waterstromen zoals inperking van het getij op rivieren (glasaal gebruikt het getij om mee te liften stroomopwaarts).